Nieuw-Zeeland huilt met geschonden helden mee

Terwijl superster Dan Carter met een liesblessure wegviel, belandde rugbyheld Jonah Lomu in het ziekenhuis. ‘Eerst die aardbeving en nu dit. Niets blijft Nieuw-Zeeland bespaard.

Auteur: Geert Langendorff

Auckland Nieuw-Zeeland maakt zich op voor de kwartfinale van het WK rugby, waarin het zondag Argentinië treft. Ondanks het belang van de ontmoeting op Eden Park praat niemand over de opponent uit Zuid-Amerika,
die op een goede dag voor een verrassing kan zorgen. Elk gesprek gaat over Dan Carter, de superster die door een zware liesblessure de rest van het toernooi aan zich voorbij moet laten gaan. Het wegvallen van de fly-half geldt als een nationale ramp en deukt het zelfvertrouwen in. Carter, die je op elke straathoek toelacht vanaf een billboard, geldt als talisman van de All Blacks. Ook voor zijn ploeggenoten, van wie enkelen toegaven zich met de speler aan hun zijde onverslaanbaar te achten. Zijn afwezigheid geeft hen het gevoel zonder jas de vrieskou te moeten trotseren. De cultus rond zijn persoon laat zich eenvoudig verklaren. NieuwZeelanders vereenzelvigen zich met de vedette met het jongensachtige gezicht. Carter spreekt met twee woorden, oogt verlegen en laat zich nooit voorstaan op zijn kwaliteiten als atleet. Opgeteld bij zijn eenvoudige afkomst – hij groeide op in het gehucht Southbridge op het Zuidereiland – en vriendelijke uitstraling voldoet Carter aan het volksideaal. Om dit te benadrukken publiceerden de lokale media de berichten waarom werd gevraagd. Terwijl moeder Bev haar tranen niet kon bedwingen, hield vader Neville zich groot. Ondanks de emotie die hem koude rillingen bezorgde, kweet hij zich van zijn burgerplicht. Als lid van de vrijwillige brandweer bluste hij minuten na het vervelende telefoontje een
vuurtje in een heg van een naburige boerderij.

Aanvoerder

Het fatale moment laat zich minder romantisch beschrijven. Tijdens de s t adiont r a ining voor het laatste groepsduel met Canada (79-15) schaafde Carter aan zijn traptechniek, toen hij plotseling ineen zeeg. Een spier in zijn liesstreek scheurde af, enkele uren nadat hij had gehoord voor het eerst in zijn loopbaan tot aanvoerder van de All Blacks te zijn benoemd. Als vervanger van Richie McCaw, die hinder ondervond van een schroef in een voet. Carter, verdwaasd door de klap, toonde zich een heer door de medische staf niet af te vallen. Niets had de blessure kunnen voorkomen. Een zucht volgde. Nieuw-Zeeland snikte met hem mee. Een inwoner van Christchurch, een half uurtje rijden van Southbridge, verwoordde de pijn als volgt: ‘Eerst een aardbeving en nu Dan Carter. Ons blijft dit jaar werkelijk niets bespaard.’
Door de kwetsuur van Carter, wiens accreditatie onmiddellijk werd afgenomen door de internationale
rugbybond IRB, raakten de All Blacks hun aura van onoverwinnelijkheid kwijt. Brede grijnzen maakten plaats
voor nerveuze lachjes. Allen vertelden nog steeds te geloven in een wereldtitel, maar de echte overtuiging
ontbrak. Alsof ze dachten dat in het kwijtraken van hun held een sombere boodschap schuilde. Bovendien volgde het nieuws van Carter op dat van Jonah Lomu. De superster van weleer, die tijdens de openingsceremonie zijn opwachting maakte, werd met spoed opgenomen in een ziekenhuis in Auckland. De donornier, die hij in 2004 had gekregen van een radiopresentator, weigerde dienst. Daarop volgde het bericht dat het orgaan zeer waarschijnlijk niet meer te redden is. De reus moet dagelijks een dialyse ondergaan om zijn lichaam te ontgiften. Lomu, die steunbetuigingen kreeg van de All Blacks, liet zich niet uit het veld slaan. Vanuit zijn bed liet hij optekenen op 23 oktober in het stadion te zullen zijn, als Nieuw-Zeeland – volgens hem – voor de tweede maal in de historie de William Webb Ellisbokaal in ontvangst neemt, de beker die wordt uitgereikt aan de winnaar van het WK. Al moet een ambulance hem daarvoor in de catacomben van Eden Park rijden, dat moment wil hij voor geen goud missen.

Glans

Hoewel Lomu over ieders tong ging, zorgde zijn penibele situatie voor minder ophef. Diens medische achtergrond maakte zijn lot min of meer aanvaardbaar. In het geval van Carter, blakend van gezondheid, lag dat anders. Het kwam uit het niets. En, voor een sportgek land niet onbelangrijk, de glans verdween van het nationale team. Zou het, net als tijdens de vijf laatste pogingen, opnieuw om onverklaarbare redenen naast de titel grijpen? Tegen Argentinië, geen favoriet voor de eindzege, wacht de All Blacks een lastige taak. Ze moeten zichzelf ervan overtuigen zonder Carter te kunnen schitteren en zo de rouwstemming van het volk wegnemen.

5 oktober 2011
Bron: www.depers.nl